De onderwijssector staat onder druk. Niet alleen door beperkte budgetten, maar ook door een explosieve toename van cyberdreigingen. Scholen, hogescholen en universiteiten beschikken over waardevolle data, maar missen vaak de middelen om zich effectief te verdedigen. Managed Detection and Response (MDR) biedt een manier om deze balans te herstellen en onderwijsinstellingen weer grip te geven op hun digitale veiligheid.
Waarom cybercriminelen een voorsprong hebben op het onderwijs
De uitdaging voor onderwijsinstellingen ligt deels in de grote diversiteit aan tegenstanders. Financieel gemotiveerde cybercriminelen vormen daarbij de grootste dreiging. Zij richten zich op scholen en hogescholen met als doel financieel gewin, bijvoorbeeld door:
- verstoringen via ransomware om losgeld af te persen
- het stelen van gegevens voor identiteitsfraude
- aanvallen op beheerders via Business Email Compromise (BEC)
Daarnaast zijn er statelijke actoren die universiteitsnetwerken systematisch doorzoeken op zoek naar baanbrekend onderzoek en intellectueel eigendom, vaak met als doel dit ten goede te laten komen aan binnenlandse bedrijven. In 2024 waarschuwde MI5 rectoren van meer dan 20 Britse universiteiten voor deze dreiging.
Tegelijkertijd zijn er ook minder voor de hand liggende risico’s. Hacktivisten kunnen aanzienlijke schade veroorzaken en IT-teams afleiden, terwijl nieuwsgierige leerlingen die hun vaardigheden willen testen, soms onbedoeld voor problemen zorgen. Volgens de Britse privacytoezichthouder wordt zelfs meer dan de helft van de interne cyberincidenten op scholen veroorzaakt door leerlingen.
Cybercriminelen en statelijke actoren beschikken bovendien over de middelen en expertise om geavanceerde aanvallen uit te voeren. Ze profiteren van het verrassingseffect en maken gebruik van het grote aanvalsoppervlak binnen onderwijsinstellingen. Daarbij zetten ze steeds vaker AI in voor onder andere:
- social engineering
- het verkennen van doelwitten
- het opsporen van kwetsbaarheden
- het ontwikkelen van exploits
AI verlaagt de drempel voor minder ervaren aanvallers en maakt het eenvoudiger om aanvallen op grote schaal uit te voeren. Kant-en-klare phishing- en exploitkits versterken dit effect.
Een opvallende ontwikkeling in het afgelopen jaar is de opkomst van infostealer-as-a-service. Deze diensten hebben geleid tot een enorme hoeveelheid gestolen inloggegevens op de cybercriminele markt. Hierdoor kunnen aanvallers vaak eenvoudig via legitieme accounts binnendringen, zonder direct opgemerkt te worden. Eenmaal binnen blijven ze onder de radar door gebruik te maken van ‘living-off-the-land’-technieken en richten ze zich op identiteitssystemen om hun toegang te behouden en zich verder door het netwerk te verspreiden.
Tot slot vergroot ook het verdienmodel achter cybercriminaliteit het voordeel van aanvallers. Dankzij Initial Access Brokers (IAB’s) en Ransomware-as-a-Service (RaaS) wordt het aanvalswerk opgesplitst en uitbesteed aan specialisten. Dit maakt het voor minder ervaren criminelen makkelijker om complexe aanvallen uit te voeren. Sommige RaaS-groepen, zoals Qilin, Fog en SafePay, richten zich zelfs specifiek op onderwijsinstellingen.
Waarom het onderwijs achter de feiten aan blijft lopen
Aan de andere kant hebben veel onderwijsinstellingen moeite om hun gebruikers, netwerken en gegevens te beschermen met beperkte middelen. Volgens een rapport is het aantal ransomware-aanvallen op de sector in de eerste helft van 2025 met 23% op jaarbasis gestegen. Waarom hebben ze het zo moeilijk, afgezien van een gebrek aan financiering?
Een belangrijke factor is de complexiteit van de IT-omgeving. Scholen en universiteiten werken vaak met uitgebreide ecosystemen die bestaan uit:
- een combinatie van lokale en cloudsystemen
- platforms voor afstandsonderwijs
- onbeheerde BYOD-apparaten (Bring Your Own Device)
Daar komt bij dat netwerken vaak grotendeels niet gesegmenteerd zijn. In sommige gevallen hebben studenten bovendien op afstand toegang nodig vanuit risicovolle regio’s, zoals China en Rusland, bijvoorbeeld tijdens vakantieperiodes.
Ook de gebruikersgroep zelf vormt een uitdaging. Studenten zijn divers, digitaal vaardig en zoeken regelmatig de grenzen op. Dit vergroot het risico op schaduw-IT en zelfs op aanvallen door zogenoemde scriptkiddies.
Tgelijkertijd staan IT- en beveiligingsteams onder hoge druk. Ze zijn vaak onderbezet en vooral bezig met het oplossen van acute problemen, terwijl er juist behoefte is aan een meer strategische aanpak van beveiliging.
Het gebrek aan continue bezetting speelt hierbij een grote rol. Zonder voldoende SecOps-capaciteit in de avonden, weekenden en tijdens lange vakantieperiodes, lopen onderwijsinstellingen simpelweg meer risico dan veel andere organisaties.
Denken als een aanvaller
Een effectieve manier om zwakke plekken in kaart te brengen, is door het perspectief om te draaien. Ga als organisatie in gesprek met je IT-team en stel een eenvoudige maar confronterende vraag: hoe zou jij onze school platleggen?
Door vanuit het aanvallersperspectief te denken, worden kwetsbaarheden vaak sneller zichtbaar dan via traditionele controles.
Binnen het onderwijs biedt dit bovendien een unieke kans. Scholen kunnen hierbij ook leerlingen betrekken, bijvoorbeeld door hen gecontroleerd en verantwoord te laten meedenken of testen. Dit heeft een dubbel voordeel:
- de beveiliging van de school wordt sterker
- leerlingen ontwikkelen waardevolle digitale en securityvaardigheden
Zo ontstaat een leeromgeving waarin niet alleen kennis wordt overgedragen, maar ook actief wordt bijgedragen aan een veiligere digitale schoolomgeving.
Toenemende eisen: digitale veiligheid wordt verplicht
Naast de technologische en organisatorische uitdagingen spelen ook strengere sectorafspraken en regelgeving een steeds grotere rol. De veiligheidseisen voor scholen worden de komende jaren verder aangescherpt.
Met schoolbesturen is afgesproken dat zij uiterlijk in 2027 inzicht hebben in hun eigen cyberveiligheid en weten waar zij staan ten opzichte van de gestelde normen. Dat betekent ook dat er een concreet plan moet liggen om stapsgewijs toe te werken naar de landelijke normen voor digitale veiligheid.
Uiterlijk in 2030 moeten alle scholen hieraan voldoen. In de praktijk gaat het daarbij bijvoorbeeld om:
- het veilig uitwisselen van privacygevoelige informatie met leveranciers van digitaal lesmateriaal
- het opstellen van duidelijke processen voor het reageren op cyberincidenten, zoals een hack
Hoe MDR het verschil kan maken voor onderwijsinstellingen
Managed Detection and Response (MDR) is geen wondermiddel voor deze problemen. Wel helpt het om een aantal van de meest urgente uitdagingen effectief aan te pakken.
Door het detecteren van dreigingen en het reageren op incidenten uit te besteden aan een gespecialiseerde externe partij, krijgen scholen, hogescholen en universiteiten toegang tot 24/7/365 monitoring. Dat betekent dat zodra ergens binnen de vaak verspreide IT-omgeving een inbraak of verdachte activiteit wordt gesignaleerd, er direct kan worden ingegrepen om de impact te beperken.
MDR-aanbieders beschikken bovendien niet alleen over hoogopgeleide professionals in hun Security Operations Center (SOC), maar ook over geavanceerde analysetools en actuele dreigingsinformatie. Deze combinatie zorgt ervoor dat bedreigingen sneller en nauwkeuriger worden gedetecteerd en aangepak
Waar moet je op letten bij het kiezen van een MDR-dienstverlener?
Niet elke MDR-dienst is hetzelfde. Voor scholen, hogescholen en universiteiten is het daarom belangrijk om kritisch te kijken naar wat een aanbieder daadwerkelijk levert.
MDR is bovendien geen kwestie van “aanzetten en klaar”. Voor een effectief resultaat moet een provider detectieregels, uitsluitingen en parameters afstemmen op de specifieke IT-omgeving en dreigingen. Kies daarom voor een partij die een goede balans weet te vinden tussen snelle implementatie en optimale detectie. Continue monitoring is daarbij essentieel: alleen met 24/7/365 dekking kunnen aanvallen in een vroeg stadium worden gestopt.
Ook de onderliggende technologie speelt een belangrijke rol. Een solide MDR-dienst maakt gebruik van een brede en goed geïntegreerde tech stack, waaronder:
- endpoint- en uitgebreide detectie- en responsoplossingen (EDR/XDR)
- actuele dreigingsinformatie en threat intelligence
- mogelijkheden voor snelle respons en herstel
AI en automatisering versterken dit geheel door grote hoeveelheden data te analyseren, afwijkend gedrag sneller te signaleren en reactietijden te verkorten.
Toch is technologie slechts één kant van het verhaal. De effectiviteit van MDR hangt in grote mate af van de mensen erachter. Ervaren SOC-analisten zorgen voor de noodzakelijke context: zij filteren valse positieven, herkennen nieuwe aanvalspatronen en vertalen signalen naar concrete acties. Tegelijkertijd wordt telemetrie continu verzameld en geanalyseerd door gespecialiseerde threat intelligence-teams, zodat nieuwe aanvalstechnieken en passende tegenmaatregelen snel in beeld komen. Bij geavanceerdere dreigingen is proactieve threat hunting onmisbaar.
Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar de praktische implementatie van MDR binnen de organisatie. Veel aanbieders ondersteunen ook bij respons en herstel na een incident. Kies hierin een aanpak die past bij de eigen capaciteit en behoeften. Let er ook op dat de MDR-dienst goed aansluit op bestaande IT-processen, zoals ticketing en interne workflows.
Tot slot mogen compliance en regelgeving niet worden vergeten. Een MDR-aanbieder moet voldoen aan relevante eisen rondom gegevensprivacy, opslag en bewaartermijnen, evenals eventuele voorwaarden vanuit verzekeringen.
De impact van een cyberincident in het onderwijs gaat namelijk verder dan alleen kosten en reputatieschade. Verstoring van het onderwijsproces is vaak het meest ingrijpende gevolg en tegelijk het minst zichtbaar in financiële rapportages. Zoals de pandemie heeft laten zien, kan dit een grote invloed hebben op kansengelijkheid en zelfs voor de toekomstige inkomens van studenten.
Kortom: cyberbeveiliging is geen aanvullende IT-uitgave, maar een essentieel onderdeel van de kernmissie van onderwijsinstellingen.



